specialist in elektrisch verwarmen

Sublime PLUS

Dit is de omschrijving van het product. Dit is de omschrijving van het product. Dit is de omschrijvi...

In een tijd waarin de overheid veel nieuwe regelgeving introduceert, zullen mensen misschien denken: “EPBD III regelgeving: Waar gaat het over?” In deze blog geven wij daarom een samenvatting van de EPBD III regelgeving.
EPBD (Energy Performance of Buildings Directive) is de Europese regelgeving waarin beschreven staat waaraan de energieprestatie van gebouwen dient te voldoen. Elke lidstaat bepaald (binnen een Europees vastgesteld kader) zelf het bodemniveau van de regelgeving. Hierdoor kunnen de eisen tussen verschillende landen ook daadwerkelijk verschillen.
Op 10 maart 2020 zijn de eisen van de EPBD III opgenomen in het Bouwbesluit, waardoor het vanaf dat moment ook een directe eis is waaraan voldaan dient te worden.

Drie “Pijlers”.

De eisen van de EPBD III gaan over verschillende onderwerpen. Er zijn drie pijlers te noemen, die elk onderverdeeld zijn in meerdere verschillende voorschriften:

  1. Systeemeisen technische bouwsystemen,
  2. Technische keuringen verwarmings, en airco,-systemen,
  3. Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer.

Wij zullen in deze blog de eerste 2 punten verder uitwerken.

1. Systeemeisen technische bouwsystemen

Er zijn verschillende eisen gesteld aan technische bouwsystemen. Met bouwsystemen bedoelen we systemen of installaties zoals:

  • Ruimteverwarming,
  • Ruimtekoeling,
  • Ventilatie,
  • Warm tapwater,
  • Ingebouwde verlichting (Utiliteitsbouw),
  • Gebouw automatisering (Utiliteitsbouw),
  • Elektriciteitsopwekking (ter plaatse)

Rendement

Voor elke afzonderlijk type bouwsysteem geldt een vastgestelde eis ten aanzien van het minimale systeemrendement. Deze rendementseis wordt berekend op basis van een combinatie tussen (bijvoorbeeld in het geval van een cv-installatie) het rendement van de opwekker, het rendement van het distributiesysteem en het rendement van het afgiftesysteem.
Hierdoor wordt het ook werkelijk gewaardeerd wanneer de cv-leidingen geïsoleerd worden, en als leidingsystemen correct ingeregeld worden: het rendement van het distributiesysteem wordt hoger, en automatisch zal het algehele systeemrendement verhoogd worden.

Elk bouwsysteem heeft zijn eigen rendement, en er is geen compensatie door een ander bouwsysteem. Dit houdt in dat men niet een te laag rendement mag hebben voor bijvoorbeeld ventilatie, om dat vervolgens te compenseren met elektriciteitsopwekking of iets dergelijks.

Een andere eis is dat men een bouwsysteem adequaat dimensioneert, installeert en inregelt. Om dit te “bewijzen” moet de installateur, of een adviseur de energieprestatie van het systeem controleren en documenteren volgens een vastgesteld protocol. De documentatie hiervan moet men na oplevering aan de gebouweigenaar afgeven.

Zelfregulerende apparatuur

Er dient zelfregulerende apparatuur te worden aangebracht voor het reguleren van de temperatuur in aparte verblijfsruimtes. De zelfregelende apparatuur moet automatisch de verwarmingsoutput aanpassen bij wisselingen in de binnentemperatuur en op basis van andere parameters.

voorbeelden van apparatuur die voldoet aan deze eisen:

  • Thermostaatknoppen op de radiatoren,
  • Een kamerthermostaat,
  • Een thermostaat van een ventilatorconvector,
  • GBS systeem of systeem met temperatuurregeling per zone.

Wanneer een cv-ketel bijvoorbeeld een centrale kamerthermostaat heeft, dienen daarom alle radiatoren in de andere ruimtes te worden nageregeld door middel van thermostaatkranen. Het is natuurlijk handig om dan direct te kiezen voor zelfregulerende thermostaatkranen. Hierdoor wordt het inregelen van de installatie ook direct een stuk eenvoudiger! Wanneer men met Masterwatt elektrische radiatoren per ruimte verwarmd, voldoe je voor wat betreft deze eis, altijd aan de regelgeving, aangezien onze elektrische radiatoren per ruimte (RF modellen), of per radiator (Plus modellen) een eigen (ingebouwde) thermostaat hebben! Voor meer informatie over onze verschillende modellen elektrische radiatoren klikt u hier

Utiliteitsgebouwen met meer dan 290kW opgesteld vermogen moeten vanaf 2026 zijn voorzien van een GBS welke in staat is om:

  • het energieverbruik permanent te controleren, analyseren en bijsturen
  • de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van bouwsystemen op te sporen, en de beheerder te informeren over de mogelijkheden om dit te verbeteren,
  • de communicatie met verbonden technische systemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken. De systemen dienen te kunnen samenwerken met technische bouwsystemen van verschillende soorten toestellen en fabrikanten.

2. Technische keuringen verwarmings, en airco,-systemen

Met betrekking tot de keuringen van verwarmings, en airco,-systemen is er ook een en ander veranderd. Bij een nominaal opgesteld vermogen van 70kW of meer geldt de eis om verwarmingssystemen jaarlijks te laten keuren door een hiertoe gecertificeerde installateur.
Voorheen was de ondergrens hiervoor 100kW (SCIOS).

Een dergelijke keuring betreft nu het gehele verwarmingssysteem, en niet alleen de opwekker zoals voorheen het geval was. Ook is er de verplichting te controleren hoe het systeem presteert onder gebruikelijke gebruikscondities. Hieruit volgt een keuringsrapport en een advies tot kosteneffectieve verbetering van de energieprestatie van het systeem.

Gebouwen met installaties waarvoor een energieprestatiecontract is afgesloten (EED) en gebouwen waarin een GBS en controlesysteem is geïnstalleerd, zijn niet tot deze keuring verplicht.

Wanneer wel, wanneer niet?

We zien dat er behoorlijke wijzigingen zijn op diverse vlakken, waar ook een behoorlijke berg “papierwerk” aan vast zit!
Maar moeten we hier nu altijd aan voldoen? Er geldt de regel dat indien in een bouwsysteem de opwekker, óf meer dan 75% van het afgiftesysteem wordt vervangen, de gehele installatie aan de nieuwe eisen dient te voldoen.
Het bijplaatsen, of vervangen van een enkele radiator is daarom dus niet een verplichting om op dat moment de gehele installatie aan te moeten passen.
Voor technische keuringen geldt zoals boven eerder omschreven de eis niet, indien het systeem een totaal opgesteld vermogen heeft van lager dan 70kW, of wanneer men beschikt over een Gebouw Beheer Systeem, wat de efficiency van het systeem controleert, en vervolgens de beheerder waarschuwt bij te hoge energieverbruiken en/of te lage efficiency.

Mocht u nog vragen hebben over onze blog ‘Een samenvatting van de EPBD III regelgeving’, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen!

Download hieronder deze blog in pdf-formaat: